Sommige dingen verdwijnen, zonder dat je er direct erg in hebt. Pas als je terugkijkt, valt het je op dat iets verdwenen is. Een voorbeeld hiervan zijn onverstoorde landschappen. Nu bestaan die sowieso bijna niet meer, want bijna overal waar mensen komen en wonen, passen zij de omgeving aan. Bijvoorbeeld door wegen of paden aan te leggen, een woning te bouwen of door complete dorpen of steden te creëren. Vaak zijn dit processen die jaren, decennia of zelfs eeuwen duren. Zoals ze weleens zeggen: Rome is niet in één dag gebouwd.
Toch zie ik in Nederland in korte tijd het landschap in sneltreinvaart veranderen. Steeds groter worden distributiecentra, een grote hoeveelheid telecommasten en vooral heel veel windmolens. Als je – zoals ik – veel buiten de deur fotografeert en de focus op landschappen, dorpsgezichten en straatfotografie legt, dan kun je er niet omheen dat de wildgroei aan windmolens in Nederland enorm is. Ik schrok me rot toen ik een jaar of drie geleden over rijksweg A6 door de Flevopolder reed. Ik heb volgens mij wel honderden windmolens gezien. Nodig? Sommigen menen van wel. Horizonvervuiling? Absoluut! Ik heb nog geen mens gesproken die de moderne windmolens vanuit esthetisch oogpunt mooi vindt. Of iemand die door middel van een kunstwerk een ode heeft gebracht aan de stalen windmolens die ons landschap steeds vaker domineren.
Vergezicht zonder windmolens in Nederland bijna onmogelijk
Het is in Nederland bijna onmogelijk om een vergezicht op foto te zetten zonder dat er ergens één of meerdere windmolens in beeld staan. Zelfs als je richting de Noordzee fotografeert, is het mogelijk dat er in de verte een windmolenpark zichtbaar is. Natuurlijk kun je met je standpunt spelen, een andere uitsnede kiezen of achteraf iets uit een foto verwijderen. Maar daarmee verander je de werkelijkheid niet. Wie gewoon om zich heen kijkt, ziet hoe sterk windmolens inmiddels onderdeel zijn geworden van het Nederlandse landschap.
Juist daarom viel het me tijdens mijn recente reis door Frankrijk op hoe anders dat daar soms nog is. Natuurlijk staan er ook in Frankrijk windmolens en kom je onderweg grote zonneparken en andere moderne infrastructuur tegen. Maar er zijn nog volop plekken waar je vanaf een heuvel uitkijkt over akkers, bossen en kleine dorpen zonder dat er ergens een windmolen boven de horizon uitsteekt. Sterker nog, ik heb tientallen kilometers aaneengeschakeld door bijvoorbeeld de Elzas en de Provence gereden, zonder ook maar een enkele windmolen te zien. Ook in de Rhônevallei, die erom bekendstaat dat het er flink kan waaien door de beruchte mistral, heb ik zelden een windmolen zien staan.
Voor iemand die graag landschappen fotografeert, voelt dat bijna als iets uit een andere tijd. Niet omdat het landschap onaangetast is, maar omdat de menselijke ingrepen daar minder nadrukkelijk het beeld bepalen.
Meerdere wegen naar energietransitie
Dat fossiele brandstoffen niet goed zijn voor de natuur, inclusief de mens, zal ik niet ontkennen. Dat er een vorm van energietransitie nodig is, dat begrijp ik. Maar dat men zo zwaar inzet op wind- en zonne-energie, dat is iets waar ik vraagtekens bij zet. Hoe onafhankelijk kunnen we worden als we afhankelijk zijn van niet te regelen factoren zoals zon en wind? Hoeveel windmolens zijn er nodig om de door onze overheid gestelde doelen te behalen?
De Nederlandse energietransitie draait uiteindelijk om één hoofddoel: Nederland moet in 2050 klimaatneutraal zijn en het energiesysteem moet grotendeels zonder fossiele brandstoffen functioneren. Voor 2030 geldt als tussendoel dat de uitstoot van broeikasgassen minimaal 55 procent lager moet liggen dan in 1990.
Om dat te bereiken wordt onder andere zwaar ingezet op wind- en zonne-energie. Voor windmolens op land en grootschalige zonneprojecten samen geldt voor 2030 een doel van minimaal 35 TWh elektriciteit per jaar. Dat doel lijkt gehaald te worden. Sterker nog, de grootste groeispurt van windenergie op land richting 2030 hebben we waarschijnlijk al achter de rug.
Dat betekent helaas niet dat het Nederlandse landschap vanaf nu met rust gelaten wordt. De elektriciteitsvraag gaat de komende decennia waarschijnlijk sterk stijgen. Auto’s worden elektrisch, woningen worden met warmtepompen verwarmd en industrie moet steeds meer van gas en andere fossiele brandstoffen af. Daarnaast groeit Nederland volgens de huidige bevolkingsprognoses verder. Rond 2050 zouden hier ongeveer 19,6 miljoen mensen kunnen wonen. Dat zijn ongeveer anderhalf miljoen mensen meer dan nu.
De vraag naar elektriciteit kan daardoor richting 2050 gemakkelijk meer dan twee keer zo groot worden als tegenwoordig. Daar moeten we iets mee.
Heeft Nederland daar voldoende ruimte voor?
Op papier wel. Wie alleen vierkante meters telt, kan waarschijnlijk aantonen dat Nederland voldoende ruimte heeft voor meer zonneparken, windmolens, hoogspanningsstations en andere onderdelen van de energietransitie. Maar ruimte is iets anders dan landschap.
Een windmolen gebruikt aan de voet misschien maar een relatief klein stukje grond. De invloed op het landschap is vele malen groter. Een moderne windmolen kan tweehonderd meter of hoger zijn en is daardoor vanaf kilometers afstand zichtbaar. Zet er tien neer en je hebt op papier misschien maar een beperkt oppervlak gebruikt, terwijl het uitzicht in een compleet gebied veranderd is.
Daar zit voor mij een belangrijk deel van het probleem. In beleidsstukken kun je een windmolen neerzetten als een klein stipje op een kaart. In werkelijkheid zie je zo’n gevaarte vanuit dorpen, vanaf wegen, vanuit natuurgebieden en soms zelfs tientallen kilometers verderop.
En het blijft niet bij windmolens. Een energiesysteem dat steeds meer op elektriciteit draait, vraagt ook om extra hoogspanningsleidingen, transformatorstations, batterijen, kabels en andere infrastructuur. Dat komt bovenop woningbouw, distributiecentra, wegen, spoorlijnen, landbouw, natuur en alle andere functies waarvoor in ons kleine land ruimte nodig is.
Nederland heeft misschien voldoende vierkante kilometers. De vraag is of we voldoende landschap overhouden.
Het landschap is voorgoed veranderd
Wat mij betreft is die vraag voor een groot deel al beantwoord. Het Nederlandse landschap is voorgoed verpest.
Dat klinkt hard en dat bedoel ik ook zo. Natuurlijk bestaan er nog mooie plekken. Natuurlijk kun je nog wandelen door bossen, over heidevelden of langs oude polders waar het uitzicht de moeite waard is. Maar het Nederland waarin je kilometers ver over het landschap kon kijken zonder dat een windmolen, hoogspanningsmast, distributiecentrum of zendmast de horizon domineerde, verdwijnt in rap tempo.
Veel van die veranderingen zijn bovendien vrijwel onomkeerbaar. Een distributiecentrum kan ooit worden gesloopt en een windmolen kan na twintig of dertig jaar worden weggehaald. Maar de kans dat Nederland massaal besluit om eenmaal ingerichte windgebieden weer terug te geven aan het landschap, lijkt mij klein. Tegen die tijd zijn de netwerken aangelegd, vergunningen verleend en economische belangen ontstaan.
Daarom vind ik het zo jammer dat Nederland niet veel eerder serieus werk heeft gemaakt van kernenergie.
Kernenergie veel te lang genegeerd
Kernenergie is zeker niet zonder nadelen. Een kerncentrale bouwen kost enorm veel geld, duurt lang en het kernafval moet veilig opgeslagen worden. Dat zijn serieuze bezwaren.
Maar kernenergie heeft ook een aantal eigenschappen die in een dichtbevolkt land als Nederland buitengewoon interessant zijn. Een centrale produceert dag en nacht enorme hoeveelheden elektriciteit, heeft daarvoor relatief weinig ruimte nodig en is niet afhankelijk van het feit of de zon schijnt of de wind waait.
Twee grote kerncentrales kunnen jaarlijks ruwweg 24 TWh elektriciteit produceren. Zet dat eens naast het doel van 35 TWh dat Nederland in 2030 uit alle grote zonneprojecten en windenergie op land samen wil halen. Dan zie je hoeveel energie je op een relatief kleine locatie kunt produceren.
Vier grote kerncentrales zouden theoretisch richting de 48 TWh per jaar kunnen leveren. Natuurlijk betekent dat niet dat je daarmee alle windmolens en zonnepanelen kunt vervangen. Een goed energiesysteem bestaat uit meerdere energiebronnen. Maar het zou de noodzaak om enorme hoeveelheden productiecapaciteit door het hele Nederlandse landschap te verspreiden wel aanzienlijk kunnen verminderen.
Daar hadden we twintig jaar geleden al over na moeten denken.
In plaats daarvan is kernenergie jarenlang politiek bijna een vies woord geweest. Terwijl windmolens en zonnepanelen in hoog tempo werden geplaatst, bleef Nederland feitelijk afhankelijk van één grote kerncentrale bij Borssele. Pas de laatste jaren wordt er serieus gesproken over nieuwe centrales.
En dan ontdek je het grote probleem: een kerncentrale staat er niet binnen vijf jaar.
Als Nederland rond 2005 of 2010 had besloten om structureel nieuwe kerncentrales te bouwen, dan hadden we nu misschien een heel andere uitgangspositie gehad. Dan hadden we een deel van de fossiele elektriciteitsproductie kunnen vervangen zonder duizenden hoge windmolens over het Nederlandse landschap te verspreiden.
Die kans hebben we laten liggen.
Nog steeds te weinig ambitie
Zelfs nu vind ik de inzet op kernenergie beperkt. Er wordt gesproken over meerdere nieuwe centrales, maar procedures, locatieonderzoeken, financiering en politieke discussies duren jaren. De eerste nieuwe grote kerncentrale zal waarschijnlijk pas ergens tegen het einde van de jaren dertig elektriciteit gaan leveren.
Tegen die tijd hebben we nog ruim tien jaar verloren.
Daar komt bij dat de energietransitie vaak wordt voorgesteld alsof er maar één logische route bestaat: meer windmolens, meer zonnepanelen en ondertussen het elektriciteitsnet uitbreiden. Maar klimaatneutraal worden is het doel. Windmolens zijn een middel. Zonnepanelen zijn een middel. Kerncentrales zijn eveneens een middel.
Als verschillende middelen hetzelfde doel dichterbij brengen, dan mag je wat mij betreft ook kijken naar de gevolgen voor het landschap.
Daar heeft kernenergie een enorm voordeel.
Een kerncentrale neemt vanzelfsprekend ruimte in en niemand zal zo’n centrale verwarren met natuur. Maar je concentreert de elektriciteitsproductie wel op één locatie. Dat vind ik voor een klein en dichtbevolkt land veel aantrekkelijker dan overal door Nederland enorme turbines neerzetten die vanuit de wijde omgeving zichtbaar zijn.

Sterrennacht van Van Gogh als er windmolens bestaan hadden
Gezicht op Delft van Johannes Vermeer als er windmolens bestaan hadden
Frankrijk laat zien dat het anders kan
Misschien valt het verschil met Frankrijk mij daarom zo sterk op. Frankrijk heeft al decennialang zwaar ingezet op kernenergie. Het land telt tientallen reactoren en produceert een groot deel van zijn elektriciteit met kerncentrales.
Dat wil niet zeggen dat Frankrijk geen windmolens heeft. Die zijn er volop. Ook daar zijn discussies over landschap, energieprijzen en de toekomst van kernenergie.
Maar het verschil dat ik onderweg ervaar is duidelijk. In grote delen van Frankrijk kun je nog tientallen kilometers rijden zonder dat een rij windmolens de horizon bepaalt. Tijdens mijn ritten door de Provence, de Elzas en delen van de Rhônevallei heb ik regelmatig uitgestrekte landschappen gezien waarin dorpen, akkers, bossen en heuvels het beeld bepaalden.
Dat klinkt misschien als een klein detail. Voor mij is het dat niet.
Landschap is onderdeel van een land. Het vertelt iets over de geschiedenis, de manier waarop mensen er wonen en de manier waarop een omgeving in de loop van honderden jaren gevormd is. Dat landschap mag best veranderen. Dat heeft het altijd gedaan.
Maar de snelheid en schaal waarmee wij het Nederlandse landschap de afgelopen jaren hebben aangepast, vind ik ongekend.
Te laat
Ik ben niet tegen de energietransitie. Ik ben ook niet tegen iedere windmolen en ik begrijp dat zonne- en windenergie een rol moeten spelen. Zeker windenergie op zee kan enorme hoeveelheden elektriciteit leveren zonder dat iedere Nederlander dagelijks tegen die turbines aankijkt.
Waar ik wel moeite mee heb, is de eenzijdigheid waarmee we jarenlang hebben gedacht.
We hadden eerder moeten beseffen dat een klein land keuzes moet maken. Willen we woningen bouwen, ruimte voor natuur houden, voedsel produceren, bedrijven huisvesten én een compleet nieuw energiesysteem bouwen, dan moeten we zuinig omgaan met iedere vierkante kilometer. Maar ook met iedere horizon.
Kernenergie had daar veel eerder een belangrijke rol in moeten krijgen.
Nu beginnen we eindelijk voorzichtig die kant op te bewegen. Alleen zijn we minimaal twintig jaar te laat. Tegen de tijd dat de eerste nieuwe centrales stroom leveren, is een groot deel van het Nederlandse landschap al veranderd.
Voor altijd.
Misschien dat het mij daarom zo opviel toen ik in Frankrijk mijn auto langs de kant zette en over een enorm landschap uitkeek. Heuvels, akkers, bossen en in de verte een klein dorp.
Geen windmolen te zien.
Ik pakte mijn camera en maakte een foto.
Een foto die in Nederland steeds moeilijker te maken is.


